donderdag 12 november 2009

Daarom muziek als doel....

Muziek is er.

De maatschappij zit vol met muziek: op straat, in winkels, in kerken, op de televisie, op de radio, bij films, op feestjes, in de wachtkamer, op het station, kortom: overal.

Als we in het onderwijs kinderen voorbereiden om zo totaal mogelijk mee te kunnen doen in die maatschappij, moeten ze daarmee om kunnen gaan.

Muziek is in vorm gezette klank, die betekenis heeft.

Muziek laat ons communiceren. Wat betekent muziek op een bepaalde plaats? Of op een bepaalde tijd? Of in een culturele context? Wat zegt het ons? Wat zegt het jou persoonlijk?

Muziek zet je lijf in beweging.

Muziek laat je dansen, of huilen, of lachen, of ‘maakt’ je rustig, of brengt je in trance. Muziek geeft signalen af, laat je schrikken, maakt je alert of wiegt je in slaap. In hoeverre kun je voorspellen wat bepaalde klankorganisaties met je lijf zullen doen? Tot welk gedrag zet muziek je aan? En waarom?

Muziek is kunst.

Kunst laat ons de werkelijkheid zien met de interpretatie daarvan door de kunstenaar, maar altijd in relatie tot de ontvanger. Om de werkelijkheid te kunnen begrijpen, moet je in staat zijn die werkelijkheid te vangen, naar jezelf te vertalen, bijvoorbeeld in muziek. De betekenis die een bepaalde werkelijkheid heeft voor iemand, kan digitaal uitgelegd worden, maar kan soms beter in een analoge setting tot z’n recht komen.

Iedereen heeft het recht kunstenaar te zijn. Iedereen heeft het recht muzikant te zijn. De waarde van de analoge communicatie blijkt zeker in onze actuele digitale, webgestuurde maatschappij, groot. Het onderzoek naar ieders analoge mogelijkheden, maakt dat we onszelf en de anderen leren verstaan. Het maakt dat we als mens centraal blijven staan in de wijze waarop we beleven. Het analoge communiceren over hoe wij onze werkelijkheid beleven, zorgt dat ieder mens gezien, gehoord, ervaren wordt.

Kunst verbindt. Mensen met mensen, de mens met zijn omgeving, met de tijd.

Door middel van kunst laat je zien hoe je je verhoudt tot de anderen, de omgeving, de tijd.

Kennen, herkennen en erkennen. Actief en Passief. Van binnen naar buiten en van buiten naar binnen.

Uiteindelijk gaat het daarom.

dinsdag 10 november 2009

Muziek: doel tot het middel tot het doel...

Waarom staat Muziek eigenlijk op het lesrooster?

Dat lijkt immer de Hamvraag. Het grote ‘Waarom’ van het bestaan, waar met name kunstdocenten en gymdocenten een groot deel van hun communicerende leven mee vullen. Het zou wel leuk zijn, als een wiskunde docent, of een aardrijkskunde docent hier eens zijn licht over zou willen laten schijnen. Over het ‘waarom’ van wiskunde of aardrijkskunde dan.

Behalve Ham is de vraag eigenlijk ook Raar.

Het komt natuurlijk uiteindelijk neer op de vraag waartoe we überhaupt onderwijs bieden, sterker nog: verplichten.

Ik zou zeggen: om de Jeugd klaar te stomen opdat zij Goed Functionerend de maatschappij bestormt, op het moment dat zij geacht wordt Volwassen te zijn.

Als je goed wilt functioneren, kan je naar elkaar luisteren, heb je respect voor elkaar, kun je opbouwend samenwerken, ben je in staat je eigen functioneren te reflecteren en te verbeteren, doorzie je hoe mechanismen werken (letterlijk in machines, en andere apparaten die je tegenkomt en abstracter: in sociale netwerken, bijvoorbeeld), heb je inzicht in wat ‘goed’ is voor ‘de’ wereld, kun je ordenen, selecteren en determineren, informatie gericht tot je nemen en beoordelen, oorzaak en gevolg voorzien en overzien, problemen oplossen, ben je in staat je uit te drukken, ken je jezelf, et cetera, et cetera.

Volgens mij is bovenstaande een gegeven. En van alle tijden. Alleen het Hoe van het verwerven van al deze To Be Or Not To Be competenties staat voortdurend ter discussie. En dat hoort ook zo.

De Basisvorming heeft e.e.a. destijds heel behoorlijk onder woorden gebracht.

Met z’n allen hebben we bedacht dat alle vakken die op het rooster staan, uiteindelijk bijdragen aan een competente bevolking. De competenties die daarbij betrokken zijn hoeven we binnen het vak helemaal niet meer te bediscussiëren. Daar zijn andere, vast zeer nuttige, gremia voor.

Het antwoord kan dan ook alleen maar zijn: omdat muziek er is. Het To Be ervan. Muziek bepaalt voor een heel belangrijk deel de betekenisgeving van onze maatschappij, óók voor de niet-horenden onder ons, simpelweg omdat de anderen wel horen.

Muziek als Doel, dus.

Dat lijkt me al complex genoeg, met die paar minuten per week dat we eraan mogen besteden...

dinsdag 14 april 2009

In mermoriam Ru Sevenhuijsen, aartsvader RJO/JON

Lieve Ome Ru,

 

Wat geweldig om weer mee te spelen in een RJO-bezetting. Ik weet weer helemaal waarom ik ook al weer de rest van mijn leven aan ‘de muziek’ ben gaan wijden. Jacob Slagter heeft de wel haast 70 man sterke RJO/JON-reünisten-club prachtig door de Enigma-variaties en de Schilderijententoonstelling geloodst.  Heerlijk. En wát een blazers!

Ongelofelijk hoe ik me meteen weer op ‘RJO’ kon schakelen: zo geweldig had ik m’n partijen nou ook weer niet gestudeerd, maar ik kon weer gewoon kijken alsof het in elk geval niet aan mij lag en aanvoerder Quinten zette in als het moest en we streken doorgaans dezelfde kant op.

En het wonder dat dan geschiedt: het leek wel of m’n cello precies deed wat-ie moest doen. De macht van een geweldig collectief doet het individu tot grote hoogten stijgen. Als éénling kun je eenvoudig niet werkelijk buiten de heersende harmonie treden, al zou je willen.

En hoewel beide stukken niet geschreven waren voor ‘orkest en brulaap’, zat u voortdurend in m’n hoofd: ‘Heeft je vader die stok helemaal betaald?! Gebruik hem dan!’, ‘Lillend vlees, graag, pornissimo...’, ‘Liefje....’, ‘Aaargh...’, en meer van zulks.

 

Ik hoop dat u weet welke enorme invloed u nog steeds – postuum – hebt op het Nederlandse muziekleven. De grote orkesten en de conservatoria zijn vergeven van de ex-RJO-ers. En ook het management in Nederland is volgens mij behoorlijk doordrongen van de visie van Ome Ru. We hebben allemaal een evenwicht tussen individuele daadkracht en een vermogen tot opgaan in het collectief meegekregen. Na deze reünie, waar je overzicht krijgt in waar en hoe iedereen in z’n verdere leven terecht is gekomen, besef ik me dat pas echt.

 

Ik ben zeer dankbaar voor het voorrecht dat ik heb mogen beleven om grote symfonische werken (Tsjaikovsky 4, Brahms 4, Dvorak 8, La Mer van Debussy, Les Préludes van Liszt, Adagio van Barber, de Haffner van Mozart, 101 van Haydn, enz, enz) onder uw bezielende leiding gespeeld te hebben. De waarde van het spelen in grote collectieven is voor mij weer totaal bewezen. Muziek is een ‘samen-ding’.

Muzikale zelfverantwoordelijkheid ten behoeve van een collectieve beleving.

Ik weet weer dat dat voor mij core bussiness moet zijn in mijn onderwijs.

maandag 23 februari 2009

Musical is het echte werk.....

Vorige maand zijn de cito-toetsen voor de groepen acht weer afgenomen. Met de nodige commentaren in de media. Niet zozeer over de inhoud van die toetsen als wel over het moment waarop.
De meest frappante alinea die ik tegenkwam, was in het commentaar in de Trouw van 5 februari 2009:
"De werkgevers voeren aan dat de Citotoets meer en meer als einddatum wordt gezien van het schooljaar. Omdat de kinderen begin maart de uitslag krijgen, houdt het leren daarna op, en gaan ze repeteren voor de musical aan het einde van het  schooljaar. Zo gaat kostbare onderwijstijd verloren."

Even afgezien van het feit dat 'houdt het leren op' en ' repeteren' binnen één zin een contradictio in terminis is:

Die hele Citotoets gaat over alles behalve culturele-, laat staan kunstzinnige vorming. We weten allemaal hoeveel tijd en energie daaraan besteed wordt in al die acht jaren basisonderwijs. De laatste, schamele, vier maanden worden eindelijk besteed aan enige ontwikkeling van de kunstzinnige vermogens van deze kinderen.
Het lijkt wel alsof iedereen plotseling vergeten is, dat naar aanleiding van herhaaldelijke en erbarmelijke uitkomsten van PPON-onderzoeken betreffende het muziekonderwijs op onze basisscholen en een amendement van Marleen Barth, men het er over eens was, dat er iets moest gebeuren aan de muzikale vorming van het jonge kind. Een concreet gevolg was een financiële impuls van het Rijk, zodat de PROjecten Primair Onderwijs en Speciaal Onderwijs (PROPOSO), met als doel het muziekonderwijs te verbeteren, van start konden gaan.
Daarnaast is er onlangs uitgebreid onderzoek gedaan door Anne Bamford, in opdracht van het Rijk, naar de stand van zaken betreffende het kunst- en cultuuronderwijs in Nederland. Daaruit blijkt dat docenten in het basisonderwijs onvoldoende geschoold zijn op dit vlak. Daarbij ontbreekt het nogal aan 'duurzame, leerlinggestuurde leerervaringen en actieve kunstcreatie', terwijl, volgens het rapport 'actieve kunstbeoefening voor hen (de leerlingen [EL]) van cruciaal belang is'.
Ik zeg: een maand of vier minimaal intensief interdisciplinair kunstzinnig aan de slag, liefst jaarlijks.

Misschien moeten ze die toetsen direct in september doen. In groep zeven.
Dan kan er eindelijk echt gewerkt worden....

Musical is het echte werk