We hebben hier te maken met een Conservatorium opleiding en dat betekent: veel studeren op je instrument om er zo veel en zo mooi mogelijk muziek uit te kunnen halen. Je maakt je zodoende de techniek eigen om virtuoos te kunnen zijn, maar leert vooral ook het instrument zelf kennen, de warmte van de klank die eruit komt, de expressieve waarde en het betekenisvol inzetten van alle mogelijkheden die de klankbron je biedt.
De klas (of de groep die relevant is in de verschillende fases van je opleiding) is je hoofdinstrument. Daarmee wordt je ‘virtuoos’, daaruit haal je de zeggingskracht van jouw muziek.
Alle vakken die je aangeboden worden staan in dienst van dit doel: je scherpt je gehoor, je leert je stem optimaal te gebruiken, je leert hoe muziek in elkaar zit en wat dat betekent, je produceert en reproduceert veel muziek zelf, je ontdekt de theorievorming over hoe mensen groeien en denken, je leert op het juiste moment op de juiste knoppen te drukken, je vindt uit op welke randvoorwaarden jij invloed hebt en welke omstandigheden je gewoon moet accepteren, je leert welk repertoire er is voor jouw instrument, hoe er door de tijd heen met jouw instrument omgegaan is en hoe je instrument jou kan inspireren.
Uiteindelijk leidt alles er toe, dat je vanuit visie zodanig kunt handelen dat je de diepst en breedst mogelijke muzikale ervaringen kunt beleven met de groep.
Maak optimaal gebruik van de mogelijkheden die je geboden worden om je hoofdinstrument te kunnen studeren, zodat de momenten met je leraren zo zinnig mogelijk besteed zullen zijn (als je viool studeert en je hebt een week te weinig gedaan, stuurt je leraar je gewoon weer weg: ‘ga eerst maar eens studeren, anders kunnen we niet verder’).
Maak je fouten, experimenteer, zoek naar de momenten van ‘kippenvel’, ontdek hoe je blessures kunt vermijden, worstel met teleurstellingen, maar maak je instrument niet stuk. Een viool kun je verzekeren, tot op zekere hoogte, een groep mensen niet....