dinsdag 26 april 2011

Waar moet het heen met de kunstexamenvakken?

In opdracht van het ministerie is er al een tijdje een commissie in de weer, om de opvattingen rondom de toekomst van de eindexamens voor de kunstvakken te verzamelen en te schikken in een advies. Ook ik, als muziekdocent en opleider, ontkom niet aan een soort visie. De vragen die mij voorgelegd zijn, zijn cursief weergegeven.

Ik zou de kunstvakken zeker willen zien als ‘creatieve vakken’, waarbij een balans moet bestaan tussen de kennis, het ambacht en het denken.

Daarbij moet in ogenschouw genomen worden dat het fenomeen kunst een belangrijke actuele functie heeft. Natuurlijk leren we van de geschiedenis, maar het zwaartepunt zou toch in het nu moeten liggen.

1 Algemeen/overkoepelend deel

1a Vind je dat er nog een algemeen deel moet zijn?

ANTWOORD: JA

1b Zo ja, waaruit moet dat bestaan? Hier kun je een uitspraak doen over de reikwijdte van dit deel, bijvoorbeeld: de breedte zoals het nu is (alle kunsten); of voor muziek met name gericht op de podiumkunsten (dus NIET over de atelierkunsten). Tevens kun je je uitspreken over inhouden (waar moet het over gaan). Met name die reikwijdte is in dit stadium het belangrijkst.

ANTWOORD:

Volgens mij moet voor het algemene deel echt een generieke inhoud komen, waar veel meer gekeken wordt naar concepten van bv tijd, beweging, balans, kunstproducten, kunstprocessen, interactie, opvattingen over de wijze van het communiceren van kunst, etc. Een meer kunstfilosofische benadering, waardoor de keuzes die je als maker zou kunnen maken en het denken over het hoe en waarom van kunst in een maatschappij veel meer gerelateerd kan worden aan het makerschap. Elke vorm van makerschap.

2 Vakspecifiek

2a Welke richting vind je dat dit deel uit moet? Uitspraken over de balans tussen theorie, geschiedenis en praktijk.

ANTWOORD:

Hier moet het ambacht de belangrijkste pijler zijn (zie boven). Het ambacht van het maken. Voor muziek betekent dat voor een groot deel het componeren van muziek. Daarin wordt duidelijk wat de kandidaat begrijpt en kan toepassen van de manieren waarop geluid te organiseren valt, zodat het een kunstzinnige betekenis heeft, zowel vanuit de ‘mainstream’ die blijkt uit wat er door de geschiedenis heen zoal gedaan is, als vanuit het nu, waar de kandidaat in staat is zijn eigen keuzes te maken en zich bewust toont van waarom bepaalde verwachtingen van betekenis die het publiek gaat geven aan zijn compositie waarschijnlijk zijn. Een helder reflectie-instrument is onontbeerlijk hiervoor. (productie) Hierbij moet het denken, dat in het generieke deel aan de orde komt, een duidelijke plaats moeten hebben.

Daarnaast moet het ambacht gericht zijn op dat wat de kandidaat als uitvoerder zou willen kunnen laten horen. Dat wil zeggen dat er een bewuste keuze gemaakt moet worden voor een klankbron (of klankbronnen) (of zo je wilt een specifiek instrument, waar onder de stem), waarmee de kandidaat zich werkelijk uit kan drukken. Er moet een ambachtelijk onderzoek plaatshebben naar die klankbron en de fysieke vaardigheden van de kandidaat, zodat hij de klankbron met artistieke betekenis kan aanboren. De kandidaat moet in staat zijn in opdracht van een (andere) maker als uitvoerder te opereren. (reproductie)

Ik realiseer me dat dit alles tijd kost. Veel tijd. Vooral van de kandidaat, die moet trainen. Die trainingstijd zou veel meer erkend en dus opgenomen moeten worden in het programma. Dat hoeft overigens niet noodzakelijkerwijs meer contacttijd te betekenen.

2b Welke suggesties heb je over de inhoud van dit deel? Uitspraken over modernisering, waarover meer diepgang.

Zie antwoord op 2a.

3 CKV

3a Vind je dat CKV moet blijven bestaan?

ANTWOORD: JA

3b Zo ja, wat moet volgens jou de inhoud van dit vak zijn?

ANTWOORD:

Het is goed als leerlingen veel kunst ervaren, die gemaakt is door professionals. Dit vak zou vooral vanuit de voorbeelden moeten werken: voorbeelden van hoe kunstenaars uit de verschillende disciplines omgaan met de symbolieken en betekenissen vanuit hun vakgebieden. Dat ook auto-ontwerpers, meubelmakers, reclamemensen etc. bewust omgaan met hun publiek en met de maatschappij waarbinnen zij ontwerpen. Maar dat performance artiesten, dansers, fotografen (of dat nu l’art pour l’art betreft of niet) dat ook doen. Dit heeft alles te maken met de erkenning van de eigen werkelijkheid en de werkelijkheid, zoals anderen (kunstenaars) die verbeelden of verklanken: hoe heeft kunst betekenis voor jou, met jouw identiteit, in de maatschappij en binnen de cultuur waarin jij je beweegt? We hebben het hier voor een belangrijk deel over de individuele identiteitsontwikkeling.

Het is de overweging waard, om voor de kandidaten die eindexamen willen doen in een kunstvak, e.e.a. te koppelen aan het generieke deel (kunst(algemeen), als het dan een naam moet hebben).

Laat helder zijn, dat wat de minister ook zegt, ik een groot voorstander ben van een Centraal Praktisch Examen, met een commissie van collega’s die ook niet aan de school verbonden zijn (naast de collega’s die wel aan de school verbonden zijn). Directe collega’s, die een ander kunstvak geven, zouden hier zeker ook bij betrokken moeten zijn.

De balans tussen kennis, ambacht en denken (en dus de creativiteit die daaraan verbonden is) uit zich pas, als de kandidaat zich inderdaad als kunstenaar presenteert. Een losse toetsing laat die balans nimmer zien. Bij een kunstvak wordt de mens als geheel aangesproken, elk met zijn zwakkere en sterkere kanten. Die balans zal dan ook individueel gevonden moeten worden. Een groot denker, die alle ambachtelijkheid ontbeert, zal zich niet kunnen profileren als musicus. Een groot denker die wellicht minder ambachtelijke kwaliteiten heeft, kan zich toch laten zien als musicus, als hij de kans heeft voor zichzelf een balans te vinden. Dat geldt andersom natuurlijk ook.


Eerlijk gezegd vind ik dat we hier niet de kans moeten laten liggen om een rekbaar stramien neer te leggen, waar de verschillende kunstvakken een plek kunnen krijgen: de huidige maatschappij laat veel interdisciplinaire kunst en interactieve kunstvormen zien. Het onderwijs heeft al de neiging om traag te reageren om actuele ontwikkelingen. Als we met z’n allen het erover eens zijn, dat de wereld behoefte heeft aan creatieve denkers, die divergent naar oplossingen kunnen zoeken, moeten de kunstvakken daar toch in elk geval een voortrekkersrol in nemen. Ook in de eigen organisatie.

En nou maar hopen dat iemand dit leest...