Lieve Ome Ru,
Wat geweldig om weer mee te spelen in een RJO-bezetting. Ik weet weer helemaal waarom ik ook al weer de rest van mijn leven aan ‘de muziek’ ben gaan wijden. Jacob Slagter heeft de wel haast 70 man sterke RJO/JON-reünisten-club prachtig door de Enigma-variaties en de Schilderijententoonstelling geloodst. Heerlijk. En wát een blazers!
Ongelofelijk hoe ik me meteen weer op ‘RJO’ kon schakelen: zo geweldig had ik m’n partijen nou ook weer niet gestudeerd, maar ik kon weer gewoon kijken alsof het in elk geval niet aan mij lag en aanvoerder Quinten zette in als het moest en we streken doorgaans dezelfde kant op.
En het wonder dat dan geschiedt: het leek wel of m’n cello precies deed wat-ie moest doen. De macht van een geweldig collectief doet het individu tot grote hoogten stijgen. Als éénling kun je eenvoudig niet werkelijk buiten de heersende harmonie treden, al zou je willen.
En hoewel beide stukken niet geschreven waren voor ‘orkest en brulaap’, zat u voortdurend in m’n hoofd: ‘Heeft je vader die stok helemaal betaald?! Gebruik hem dan!’, ‘Lillend vlees, graag, pornissimo...’, ‘Liefje....’, ‘Aaargh...’, en meer van zulks.
Ik hoop dat u weet welke enorme invloed u nog steeds – postuum – hebt op het Nederlandse muziekleven. De grote orkesten en de conservatoria zijn vergeven van de ex-RJO-ers. En ook het management in Nederland is volgens mij behoorlijk doordrongen van de visie van Ome Ru. We hebben allemaal een evenwicht tussen individuele daadkracht en een vermogen tot opgaan in het collectief meegekregen. Na deze reünie, waar je overzicht krijgt in waar en hoe iedereen in z’n verdere leven terecht is gekomen, besef ik me dat pas echt.
Ik ben zeer dankbaar voor het voorrecht dat ik heb mogen beleven om grote symfonische werken (Tsjaikovsky 4, Brahms 4, Dvorak 8, La Mer van Debussy, Les Préludes van Liszt, Adagio van Barber, de Haffner van Mozart, 101 van Haydn, enz, enz) onder uw bezielende leiding gespeeld te hebben. De waarde van het spelen in grote collectieven is voor mij weer totaal bewezen. Muziek is een ‘samen-ding’.
Muzikale zelfverantwoordelijkheid ten behoeve van een collectieve beleving.
Ik weet weer dat dat voor mij core bussiness moet zijn in mijn onderwijs.