Sinds september studeer ik weer. De Master Kunsteducatie aan ons wonderschone instituut. En als ik Linda, mijn tutor, tegen het lijf loop, die mij wat vertwijfeld vraagt hoe het gaat (met die master), verras ik mijzelf steeds weer met het enthousiasme waarmee ik blijkbaar enorm aan het denken ben over creatieve processen in de verschillende kunstdisciplines. Weinig concreets op papier, maar toch.
Met het team van de interdisciplinaire lijn hebben we op het moment tamelijk intensieve vergaderingen, waarin we debatteren over het Hoe en Waarom van de HKU-mix, WVO, het CAP en de interdisciplinaire stages.
Eindelijk (na ruim zes jaar...) kwamen we tot het inzicht, dat de verschillende faculteiten (muziek, theater en BKV) nogal verschillend omgaan met hun, monodisciplinaire, kunstzinnige maakprocessen. Waar theater en BKV vanaf het begin heel bewust bezig zijn met het vormen van het kunstenaarschap bij hun studenten, is muziek (misschien een tikkie kort door de bocht) vooral bezig met het Ambacht: hoe zet ik m’n handen neer op de piano, hoe vermijd ik stemknobbels, welke akkoordverbindingen passen in welke stijl en kan ik ze ook spelen.
Als muzikant roep ik dan ook regelmatig, dat we ons dat moeten realiseren en dat de muziekstudenten wellicht niet zo’n pakket aan Hoe-Profileer-Ik-Mij-Als-Maker-In-Mijn-Discipline-vragen meekrijgen vanuit hun opleiding als de studenten theater en BKV.
Ik ben mij dingen af gaan vragen, zoals: In hoeverre is een reproducerend kunstenaar ook Maker? Verhoudt een violist zich op eenzelfde manier tot de componist als een vertaler zich verhoudt tot de schrijver? En hoe zit dat dan met de arrangeur? Of de maker van een film naar aanleiding van de laatste bestseller? Hoe verhoudt de fagottist zich tot de dirigent? Is dat vergelijkbaar met de acteur en de regisseur?
Tegelijkertijd spoken de kerndoelen en de eindtermen die het ministerie voor het vak Muziek heeft vastgesteld door mijn hoofd. Alles welbeschouwd, zou je moeten constateren dat een kwart van het programma bestaat (of: zou moeten bestaan) uit Ontwerpen (improviseren/componeren). Maken, dus. De muzikant als maker.
Hmm.
Er lijkt iets een beetje uit evenwicht. Want we worden geacht te kunnen beoordelen Wat er gemaakt wordt. Waarom de keuzes die gemaakt zijn toevoegen aan de Artistieke Waarde van het product. Of zo. Toch weten we van alles over het Hoe, en hebben nogal de neiging om dat Hoe te beoordelen. Maar je zou kunnen stellen dat het Hoe tamelijk zinloos is, als er geen Wat is.
Gisteren, tijdens weer eens zo’n Interdisciplinaire vergadering, over het Wat, Waarom én Hoe, frummelde onherroepelijk Korthage door mijn brein: we hebben wél een enorm pakket Vragen tot onze beschikking bij Docent Muziek. We zetten ze alleen veel te smal in.
Iets zegt me, dat ik niet als eerste deze brainwave krijg. Dat waarschijnlijk hordes collegae nu denken “Dûhûh... moet je dáár op kosten van de gemeenschap een Máster voor doen?!”
Tja. Visie vormt zich blijkbaar in z’n eigen tijd. Inzicht komt pas, als je de goede lamp aan doet. En wat nu de Goede Lamp lijkt, kan morgen toch te duister blijken, als er plotsklaps een Volgspot aan gaat.
Misschien moet ik eindelijk maar eens echt gaan lezen: Csikszentmihalyi en Kundera, om te beginnen. En blijven praten. Met Til, Joep, Thera, Karin, Tet, Suzan, en zo voorts, en zo voorts.
We komen er wel.
1 opmerking:
Dag Erzsi.
Leuk om te lezen dat je ook veel hersenwerk doet! Ik ben het niet helemaal met je eens, of misschien juist wel. 'Muziekmaken' heeft als betekenis het reproduceren van bestaande muziek. Wat wij onze studenten leren is een verbinding maken met hun binnen wereld en die muziek. Dus, daar waar de bv en de theater mensen wellicht iets nieuws maken (heb ik overigens ook mijn twijfel over, zie de creatiespiraal van Swanwick) zijn onze muzikanten bezig een wezenlijke betekenis mee te geven aan een set van noten. Kijk eens naar het filmpje hieronder over 'één bil spelen'. Het creatieve proces zit hem dus in de interpretatie en het gebruik van muzikale middelen. Ik zie niet heel erg verschil met bv een beeldend werk, behalve dat bij muziek (en theater) het proces het moment is waarop de kunst zich toont en bij beeldende kunst het resultatt het product meestal het toonmoment is...Dat lijkt me een leuk punt om op te experimenteren:
FILMPJE:
Benjamin Zander on music and passion | Video on TED.com
Een reactie posten